Milieu en Omgeving (E)

Bekijk jaarverslag 2025

Milieu en Omgeving (E)

Focus op grondstoffen, natuur
en energie

De materiële onderwerpen voor Milieu en Omgeving zien toe op klimaatverandering en de acties, die wij moeten nemen om als bedrijf ook invulling te kunnen geven aan het klimaatakkoord. Ook zijn biodiversiteit en ecosystemen voor ons als ontwerpende bouwer materiele onderwerpen. Daarnaast maakt de aard van onze activiteiten, materiaalverbruik en circulariteit tot een materieel onderwerp. Door bijvoorbeeld in te zetten op minder of andere verpakkingsmaterialen, kan de hoeveelheid plastic afval aanzienlijk gereduceerd worden. En door folies gescheiden in te zamelen, komt ook voor deze plasticsoort een stroom richting recycling op gang.

Heembouw strategie 2024 | 2025 

Ons missiedoelen voor Omgeving, hebben betrekking op grondstoffen, natuur en energie. Dat betekent onder andere het zo efficiënt mogelijk inzetten van (circulair) materiaal en minder (plastic) afval; het versterken van de lokale biodiversiteit en klimaatadaptief ontwerpen en bouwen; en stikstof- en CO₂-arm bouwen, met focus op CO₂ reductie op, van en naar de bouwplaats.

De pijlers van onze duurzaamheidsstrategie
  • Emissiearm bouwproces: verlagen van de CO₂-uitstoot op, van en naar onze bouwplaatsen

  • Reduce, reuse, recycle: standaard inzetten op verlaging van de MPG (MilieuPrestatieGebouwen)

  • Natuurinclusief ontwerpen en bouwen: versterken van de lokale biodiversiteit, klimaatadaptief ontwerpen en bouwen en vergroten van de belevingswaarde (“biophilic design”)

  • Afval: reductie van plastic afval op de bouwplaats

CO₂ uitstoot en reductie CO₂ emissies

Heembouw richt zich op het terugdringen van CO₂‑uitstoot binnen zowel de eigen activiteiten als in de gehele waardeketen. Het reduceren van broeikasgasemissies is één van de meest materiële milieuthema’s voor onze organisatie. Daarbij zetten we in op minimalisering van de uitstoot in onze in onze bedrijfsvoering, op onze bouwplaatsen en in de gebouwen die wij opleveren.

Binnen onze eigen activiteiten verminderen wij emissies door de verdere verduurzaming van onze panden en de verdere elektrificatie van ons wagenpark. Onze bedrijfswagenvloot is volledig elektrisch en 84% van onze leaseauto’s is inmiddels elektrisch. Op onze bouwplaatsen zetten wij in op emissiearm en emissievrij materieel, het gebruik van duurzamere brandstoffen en optimalisatie van transportbewegingen van en naar de bouwplaats. Samen met leveranciers werken wij aan een zo efficiënt mogelijke beladingsgraad van zwaar materieel. Daarnaast besparen wij energie op de bouwplaats door het opwekken van elektriciteit via zonnepanelen op bouwketen en door het plaatsen van laadvoorzieningen voor elektrisch materieel.

Naast het reduceren van onze eigen operationele uitstoot richten wij ons ook nadrukkelijk op het verlagen van de CO₂‑uitstoot van de door ons opgeleverde gebouwen. Dat doen we onder andere door het toepassen van biobased materialen, die tijdens hun groei CO₂ opnemen en daarmee bijdragen aan een lagere materiaalgebonden emissie (embodied carbon). Daarnaast zetten we in op het ontwerpen en realiseren van gebouwen met een zeer laag energieverbruik, door toepassing van hoogwaardige isolatie, energiezuinige installaties en – waar mogelijk – de integratie van hernieuwbare energieopwekking. Dit resulteert in gebouwen die niet alleen tijdens de bouw minder uitstoten, maar vooral in de gebruiksfase structureel bijdragen aan een lagere CO₂‑voetafdruk.

De uitstoot van broeikasgasemissies (GHG emissies) is opgebouwd uit eigen emissies (scope 1 en 2) en emissies in de waardeketen (scope 3).

Broeikasgasemissies worden berekend als CO₂equivalent ( CO₂ eq), waarbij dus ook rekening wordt gehouden met andere broeikasgassen dan CO₂. De berekening omvat zowel directe CO₂-emissies als indirecte CO₂-emissies. Directe emissies zijn afkomstig van bronnen die eigendom zijn van of beheerd worden door de organisatie (scope 1 emissies). Indirecte emissies komen voort uit de opwekking van ingekochte elektriciteit die Heembouw gebruikt (scope 2 emissies), en uit emissies op de bouwplaatsen en in de waardeketen van Heembouw (scope 3 emissies). De elektriciteit verbruikt op de bouwplaatsen, rekent Heembouw toe aan de scope 2 emissies. In een aantal projecten wordt Heembouw voorzien van stroom door de opdrachtgever. Daar waar wij informatie hebben over het verbruik van de door deze klant geleverde elektriciteit, wordt dit verbruik opgenomen in de scope 2 berekening.

CO2 emissies naar vestiging

2025

2024

Bouwplaatsen

297,38

275,37

Kantoorgebouwen

269,06

342,72

Totaal Scope 1 en 2

566,44

618,09

Intensiteit: ton CO2 / miljoen € omzet

2,22

3,87

Bron conversiefactoren scope 1 & 2: CO₂ emissiefactoren.nl (new window).

Bovenstaande tabel toont de totale CO₂‑uitstoot van Heembouw in 2025 en 2024, uitgesplitst naar bouwplaatsen en kantoorgebouwen. Deze emissies vallen binnen Scope 1 en Scope 2. Scope 1 omvat onze directe uitstoot en betreft het gasverbruik in kantoorgebouwen. Scope 2 betreft de indirecte uitstoot die ontstaat door ingekochte energie, zoals het elektriciteitsverbruik op zowel bouwplaatsen als kantoren. Samen geven deze scopes inzicht in de emissies die direct samenhangen met onze eigen activiteiten en faciliteiten.

Binnen internationale CO₂‑rapportagestandaarden, zoals het GHG‑protocol, wordt de uitstoot van elektriciteit op twee manieren te berekend: Market Based en Location Based.

De Location Based methode rapporteert de CO₂‑uitstoot op basis van de gemiddelde elektriciteitsmix van het nationale net. Dit laat zien wat onze uitstoot feitelijk is op basis van de stroom die fysiek uit het stopcontact komt, ongeacht welke contracten of Certificaten van oorsprong wij zelf inkopen.

De Market Based methode berekent de CO₂‑uitstoot op basis van de daadwerkelijke contractkeuzes van onze organisatie, zoals groene stroom met Certificaten van oorsprong of specifieke leverancierscontracten. Hierdoor wordt inzichtelijk welke impact onze inkoopstrategie heeft op onze uitstoot.

Scope 1 en 2 emissies

2025

2024

toe/afname

Scope 1 GHG Emissies (ton CO2 eq.)

7,02

8,44

Scope 2 GHG Emissies (ton CO2 eq)

Market Based

566,44

609,7

Location Based

358,7

479,96

Scope 1 en 2 GHG Emissies (ton CO2 eq.)

Market Based

573,46

618,14

-7,23%

Location Based

445,7

488,4

-8,74%

Scope 1 en 2 intensiteit

Market Based

2,22

3,87

-42,64%

Location Based

1,73

3,22

-46,27%

Scope 3 Emissies

2025

2024

2023

Scope 3 GHG Emissies (ton CO2 eq.)

Upstream

1. Gekochte goederen en diensten

70.169,3

51.433,0

64.725,0

2. Upstream vervoer en distributie

965,7

3. Afval geproduceerd bij activiteiten

51,8

34,4

29,4

4. Zakelijk reisverkeer

215,0

148,0

5. Woon-werkverkeer medewerkers

156,0

174,0

Downstream

6. Gebruik verkochte producten

13.918,0

7. End-of-life verwerking verkochte producten

2.368,0

Totaal Scope 3 GHG Emissies

87.843,8

Totaal Scope 3 GHG Emissie intensiteit

330,4

GHG emissie intensiteit gekochte goederen en diensten & transport

267,6

261,1

306,8

De berekening van de emissie van gekochte goederen en diensten is gedaan aan de hand van de uitgegeven euro’s voor deze materialen en diensten (“spendbased”). Om de euro’s te converteren naar CO₂ equivalenten ( CO₂eq) is gebruik gemaakt van NACE-productcodes en de conversiefactoren uit de Exiobase v3.11. Deze versie van Exiobase bevat ook aangepaste conversiefactoren voor 2024 en 2023. Hierbij is de Handreiking Scope 3-emissies voor de bouwsector - DGBC als leidraad gebruikt.

De uitstoot van upstream vervoer en distributie valt grotendeels onder de categorie Gekochte goederen en diensten. In 2025 hebben wij voor een aantal projecten de vervoersbewegingen nauwkeuriger kunnen berekenen. Deze uitstoot hebben wij apart opgenomen in de tabel en in de categorie Gekochte goederen en diensten gecorrigeerd. Naar verwachting zal de uitstoot in de categorie Upstream vervoer en distributie de komende jaren stijgen (ten gunste van de categorie Gekochte goederen en diensten), doordat onze inzichten verbeteren en de berekeningen verder worden verfijnd.

Voor de berekening van de CO₂‑uitstoot van gebruik van verkochte producten en end‑of‑life verwerking, is aangesloten bij de energieprestatieberekeningen (BENG) die zijn opgesteld voor de in het verslagjaar opgeleverde projecten.

Totaal Scope 1,2 & 3 Emissies

2025

Totale GHG Emissies (ton CO₂ eq.)

Market Based

88.417,3

Location based

88.289,5

Totale GHG emissie intensiteit

Market Based

332,6

Location based

332,1

Voor de totale GHG‑emissie wordt 2025 het basisjaar. De vergelijking met voorgaande jaren is voor de totale GHG emissie nog niet te maken, omdat de cijfers van voorgaande jaren onvolledig zijn. Naar verwachting zullen de berekeningsmethoden voor scope‑3‑emissies de komende jaren verder verbeteren. Dit komt door nauwkeurigere berekeningen en metingen, duidelijkere richtlijnen voor de praktische toepassing én betere datakwaliteit, mede dankzij informatie die partners en leveranciers gaan aanleveren. Dit zal nauwkeuriger zijn dan gebruik te maken van conversiefactoren uit algemene databases.

De categorie gekochte goederen en diensten omvat ons missiedoel: emissies van, naar en op de bouwplaats. De emissie intensiteit (ton CO₂/miljoen € omzet) is sinds 2023 gedaald met 13%.

Altijd tenminste 40% onder de standaard MPG 

Meer dan 10% van de totale CO₂-uitstoot van Nederland wordt veroorzaakt door de productie van bouwmaterialen. Met de circulaire beginselen reduce, reuse, recycle als uitgangspunt, kiezen we bewust voor de toepassing van (circulair) materiaal en verdere reductie van afval. Door te werken met hergebruikte materialen of natuurlijke (biobased) materialen (new window), maar ook door producten toe te passen, die in de toekomst weer kunnen worden geremonteerd. Daarbij sturen we op een MPG-score (milieu prestatie gebouwen) die lager is dan de wettelijke norm van 1,0 voor utiliteitsbouw en 0,8 voor woningbouw. Ons eigen circulaire kantoor in Berkel en Rodenrijs bijvoorbeeld, heeft een MPG van 0,55. En is daardoor reeds “Paris Proof”. In 2025 bedroeg de gemiddelde MPG score van onze gebouwen 0,48 en lag daarmee 52% onder de wettelijke norm.

Natuurinclusief ontwerpen en bouwen op al onze ontwerpende bouwer projecten 

We richten ons op het versterken van de lokale biodiversiteit en klimaatadaptief bouwen. De natuur in Nederland staat onder druk. Bij het ontwerpen en ontwikkelen van onze projecten, kijken we hoe we meer ruimte kunnen bieden aan de natuur. Hierbij kijken we ook naar de mogelijkheden voor klimaatadaptief ontwerpen en bouwen. Welke maatregelen kunnen we nemen voor waterberging, hittestress en groen in de stad. Maar ook een plantrijke invulling van het terrein en diervriendelijke buitenverlichting. Los van de waarde voor klimaat en biodiversiteit is “groen” daarnaast een belangrijke geluksfactor. Een groene omgeving nodigt uit om buiten te zijn, is aantrekkelijk en gezonder. Voor mens, dier en klimaat.

Slechts één van onze projecten bevindt zich in de nabijheid van een Natura 2000‑gebied. Voor dit project hebben wij bewust extra aandacht besteed aan natuurwaarden, omgevingsimpact en ecologische maatregelen, om mogelijke nadelige effecten op natuur en biodiversiteit te voorkomen.

Het integreren van natuur in onze projecten, met onder andere groene gevels, overvloedige beplanting, diervriendelijke buitenverlichting en nestkasten, bevordert de lokale biodiversiteit. In samenwerking met landschapsarchitecten en ecologen zorgen we ervoor dat deze ingrepen naadloos aansluiten op de lokale flora en fauna. Wij creëren hierdoor een omgeving die vaak een hogere biodiversiteit kent, dan toen we begonnen. In 2025 is 95% van onze Ontwerpende Bouwer projecten natuurinclusief.

Afval en reductie afval op de bouwplaats en in de waardeketen

Ons bouwafval bestaat vooral uit puin, steen, hout, metalen, kunststoffen, papier en karton. Een groot deel van al het bouwafval kan worden ingezet als grondstof voor nieuwe producten. Daarom wordt het afval op onze bouwplaatsen gescheiden ingezameld en afgevoerd. Restafval is het deel van het afval dat niet gescheiden kan of mag worden voor hergebruik of recycling. Restafval wordt normaal gesproken verbrand om energie op te wekken. Daarom is het verminderen van restafval belangrijk: wat we scheiden, kan opnieuw worden gebruikt of gerecycled. In 2025 bedroeg het scheidingpercentage 99%.

Beter is het natuurlijk, om de afvalstromen te verminderen. Het afval van plastic verpakkingen, is een reststroom met een hoge milieu impact. Doelstelling is het plastic afval te verlagen met 30% (referentiejaar 2023), en we willen dat tenminste 50% van het plastic afval dat overblijft, circulair verwerkt kan worden. We hebben afgelopen jaren ondervonden, dat een structurele reductie van plastic afval een uitdagend doel is. Dat kunnen we alleen in nauwe samenwerking met onze (strategische) partners en hun leveranciers en producenten.

We zijn blij te constateren, dat we met de reductie van plastic afval op de bouwplaats, inmiddels goede stappen maken. In 2025 bedroeg de hoeveelheid plastic 345 kg per miljoen euro omzet, tegenover 413 kg per miljoen euro omzet in 2023. Dit is een verbetering van 17% ten opzichte van het basisjaar 2023. Het bewustzijn hierover groeit, ook bij onze (strategische) partners en leveranciers. Op de bouwplaatsen, zamelen we de afvalstromen van PIR, harde kunststoffen en EPS, gescheiden in. Deze worden voor het overgrote deel gerecycled of circulair hergebruikt. Ook in de folies, dat veelvuldig gebruikt wordt als verpakkings- en beschermingsmateriaal, zien we een beweging bij onze (strategische) partners naar inzameling en hergebruik, en naar de inzet van circulaire folies. In 2025 is 88% van al het plastic gerecycled of hergebruikt.

Afval in tonnen

2025

2024

2023

Gevaarlijk afval

KCA

13,7

4,5

0

Niet gevaarlijk afval

Puin

1217

1456,6

1204,1

Glas

4,4

0,9

Hout

501,5

294

293,3

Bouw- en sloopafval

1237,8

1215,8

1220,8

Papier

73,9

36,9

49,6

Plastic

91,8

43,4

87

Metalen

55,6

38,6

25,1

Restafval

34,1

28,3

28,7

Totaal Bouwafval

3229,7

3118,8

2908,6

Intensiteit alle bouwafval (ton afval/mln € omzet)

12,15

15,83

13,78

Intensiteit plastic afval (ton plastic/mln € omzet)

0,35

0,23

0,41